Gambia behoort tot de tien armste landen ter wereld. Het is gelegen in West Afrika en is volledig omsloten door Senegal. Gambia is een voormalige Engelse kolonie die echter na de onafhankelijkheid in 1964 met weinig of niets achterbleef om op verder te bouwen.
Gambia is tevens het kleinste Afrikaanse land, dat kampt met tal van noden inherent aan status van straatarm ontwikkelingsland: gebrekkige infrastructuur, quasi onbestaande industrie, landbouw op kleine schaal - gericht op zelfvoorziening - met wat export van "peanuts". Het onderwijs is nog volop in ontwikkeling. Er is gebrekkige gezondheidszorg.
Volgens het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties leeft in Gambia 61,3% van de bevolking onder de armoedegrens.
Gambia heeft geen mineralen of ander natuurlijke rijkdommen. Vijfenzeventig procent van de bevolking leeft van landbouw en veeteelt. Daarnaast is er wat kleine industrie - hoofdzakelijk het verwerken van pinda's, vis en huiden. Het toerisme neemt snel in belang toe en zorgt al voor 25% van het nationaal inkomen. Het concentreert zich voornamelijk aan de kust ten zuiden van de Gambiarivier.
Het grootste deel van de bevolking heeft geen stromend water, geen elektriciteit, geen toilet en geen inkomsten. Heel veel Gambiaanse kinderen gaan niet naar school, omdat hun ouders het gewoon niet kunnen betalen.
Nederland geeft geen directe ontwikkelingshulp aan Gambia, ook al behoort Gambia tot de armste landen ter wereld met een lage levensverwachting (gemiddeld 53 jaar), een hoog kindersterftecijfer (86 op de 1.000) en een laag inkomen per hoofd van de bevolking (in 2005 circa US dollar 290,00 per jaar).